Artikel verschenen in tijdschrift BAROQUE, Auteur Saskia Ven
De Fries als prestatiepaard
Twee jagers op de fiets, de geweren op de rug, druk pratend en gebarend. Reclame voor Maes-bier. Kasseien. België, we zitten in Maaseik en zijn op zoek naar de gebroeders Jan en Cor Driessen, Friezenfokkers. Er komt geen eind aan de Diestersteenweg en nummer 221 is niet te vinden. Resoluut wordt de auto aan de rand van een akker geplaatst waar de maïs nodig van af moet. Een inwoner staat iets ondefinieerbaars te doen aan de kant van de weg, zijn hondje doet een poging Baroque mores te leren. 'Driessen, nee, hier woont geen Driessen en ik kan het weten want ik woon aan de overkant'. Friezen, proberen we voorzichtig. Zwarte paarden dan? Er gaat kennelijk een lampje branden, een vinger wijst. ' Maar zeg, dat is toch geen Belg, dat is ene Ollander!' Oh, is dat het probleem.
Wijnboertjes
Vader Driessen hield van apart. In het Limburgse was hij een van de eersten die uit Engeland geïmporteerde Shetjes had lopen. Zoon Cor kreeg een Berber van hem, nu al niet voor de hand liggend, laat staan toen. Hij spande Gelderse paarden in voor landbouwwerk in de tijd dat men werken met koudbloeden normaal vond. In de jaren vijftig zette hij Engels volbloed op Gelderse paarden. Een verkrachting van het ras noemde men het toen, nu is het gebruik van Engels volbloed meer dan gewoon in de sportpaardenfokkerij. Dat aparte is kennelijk een sterk doorervende factor geweest, want zowel Cor als Jan houden daar wel van. 'Hoe ik eigenlijk aan de Fries geraakt ben? Dat ging zo. Ik was tegen de veertig, had eerst mijn maatschappelijke carrière op de rails gezet en wilde een paard hebben. Ik woonde toen in Zwitserland, Genève, en ging regelmatig naar springconcoursen en dressuurwedstrijden. Ik zei tegen mezelf, Jan, dat niveau bereik jij nooit meer. In die omgeving was de aangespannen sport veel gewoner dan bij ons. In elk dorpje was in het weekend wel een wedstrijd. Tussen de middag stonden er dan lange tafels en gingen al die wijnboertjes pauzeren onder het genot van lekker eten en drinken en 's middags werd er weer een kegeltjeswedstrijd of een marathon gereden. Dat sprak mij wel aan, bovendien, zo dacht ik, kon ik van dat aangespannen rijden nog lang plezier hebben. Als je tachtig bent, klim je makkelijker op de bok dan in het zadel. Maar wat voor paard? Die Franche Montagnes daar, met de hele dag de kop aan de grond, nee, dat vond ik niet zo speciaal. Maar zo'n Fries als ze bij ons thuis hadden, een zwart paard met lange manen, dat kenden ze daar niet. Dus ging ik naar het stamboek en zocht ik met behulp van de inspecteur een paard uit. Ziedaar het begin van mijn liefde voor de Friezen. Het enige wat ik wist was dat Ritske-bloed paarden gaf die veel uithoudingsvermogen hadden, dat had de inspecteur mij verteld, verder wist ik er geen bal van.' Cor vult aan: 'Hij ging wedstrijden rijden en dan haalde hij net de eindstreep met zijn enkelspan. Wel vroegen steeds meer mensen hem of ze ook niet zo'n paard konden kopen en hij richtte een fokvereniging op in Frankrijk, maar ook in Zwitserland en later in Luxemburg.'
Smoorverliefd
'Door die eerste Fries kwam ik achter het karakter van de Fries en werd ik smóórverliefd. Dat was een hond. Doordat ik ze zo super vond, zette ik daar alles voor opzij. De leden gingen steeds meer vragen naar paarden die gebruikt konden worden voor bijvoorbeeld dressuur of endurance. Dat werd lastiger, want als je door de bergen rijdt en de temperatuur hoog is, moet je geen paard hebben dat na tien minuten al staat te puffen. Daardoor ging ik mij verdiepen in de papieren van paarden en zag ik dat bepaalde lijnen het qua prestatie veel beter deden. Op een gegeven moment was ik bezig met het sponsoren van de vierspansport en toen greep Cor in.' Cor: 'Ik zei tegen hem: Jan, je kan er geld in blijven pompen tot je een ons weegt maar dit wordt nooit wat, je blijft onderaan eindigen want je paarden missen uithoudingsvermogen. Hij wilde graag bewijzen dat er wel Friezen waren die deze sport konden beoefenen, ook toen mensen als Tjeerd Velstra hun Friezen inruilden voor warmbloedpaarden. Alleen vond ik dat hij dat anders moest aanpakken. Jan bleef spitten in papieren, las alles wat los en vast was op geschiedkundig gebied. Tijdens de tachtigjarige oorlog kwamen die Spanjaarden hier met hun Arabisch bloed voerende paarden en reken maar dat dit invloed heeft gehad op de fokkerij van de Fries. Officieren moesten herkenbaar zijn en reden op zwarte of witte paarden met veel hals, veel manen en hoge gangen. Er werden zelfs decreten uitgevaardigd dat men alleen staatshengsten mocht gebruiken voor de fok, omdat het leger die paarden nodig had.'
Arabier
Jan: 'Er zat dus Arabierenbloed in de Fries. Net als er in de Andalusiër Arabierenbloed zit, weinig, maar het zit erin. De basis voor het topsportpaard waar wij nu naar terug willen, is in die tijd al gelegd. Als je nou naar honderdvijftig jaar geleden kijkt, zelfde verhaal. De rijke Friese boer had een Fries voor de sjees staan, dat was de cabriolet van die tijd, een sportauto, een prestatiepaard dat zestig kilometer voor de kar moest kunnen draven.' Cor: 'Ik zei dus tegen hem, waarom kruis je er dan geen Arabierenbloed in. Daar wilde hij helemaal niets van weten in het begin. Hij was tegen kruisen. Het idee bleef echter in mijn hoofd hangen. Kruisen met het oorsprongsproduct, dus woestijnarabier, een hard paard met uithoudingsvermogen. Mensen vragen ook wel eens waarom we dan geen Andalusiër gepakt hebben, want dat is toch een zeer verwant ras. Maar dat is al zo'n mix van genen, dan weet je niet wat eruit komt. Natuurlijk was ik in het begin ook wel bang over het resultaat van zo'n kruising, maar je moet het over een langere termijn zien.'
Meerscharige ploeg
'In 1903 werd de Wereldtentoonstelling in Parijs georganiseerd. Daar introduceerde men zwaarder landbouwmateriaal zoals de meerscharige ploeg. Dat zware materiaal hield in dat de paarden meer trekkracht moesten leveren. Zo ging men Friezen fokken met korte spieren, dikke kontjes die in stap enorme trekkracht konden leveren. Voor de enkele Friese boer die nog een snel, temperamentvol paard wilde hebben, werd wel wat oud, licht bloed overgehouden. Die bloedlijn zocht ik. Ik kwam terecht bij de hengst Ritske, een prestatievererver bij uitstek en zag dat Romke zijn laatste zoon was. Wat wil het geval? De twee Friese paarden van mijn vierspan die met kop en schouder boven de rest uitstaken, snel, de beste ademrecuperatie, kwamen beide uit merries van Romke! Ik schreef een brief van tien kantjes naar Tsjechië waar hij destijds ter dekking stond in de Kladruberfokkerij en kocht hem terug. Hij werd in Utrecht op de faculteit ter dekking gesteld. Op die bloedlijn ben ik doorgegaan.
Professor
Cor: 'Dat duurde mij allemaal te lang, ik wilde het experiment aan van Friezen maal Arabisch bloed. In Duitsland zat ene professor Hilner die een dergelijke proef al had uitgevoerd, dus daar gingen we naar toe. In de stoeterij Marbach stond een zwarte Arabische hengst, Gharib, een geschenk van de Egyptische staat aan de Duitse staat. Die hengst was jaren vooruit volgeboekt voor dekkingen. Het is die professor gelukt om één sprong te bemachtigen. Die gebruikte hij voor de moeder van de wereldberoemde Friese hengst Hearke. Het beste bloed dat hij had, daar ging hij mee kruisen. Je snapt dat dit een rel veroorzaakte, gigantisch, hij is er zelfs voor verhuisd omdat hij bedreigd werd. Ik kan me ook wel voorstellen dat de Friezen dat niet zo geslaagd vonden, een soort heiligschennis. Het hengstveulen dat uit deze paring kwam, heb ik tien jaar later gekocht, in 1986, en dit ligt aan de basis van wat wij nu de Arabo-Friezen noemen. De ervaring van Jan is natuurlijk fantastisch, daar ben ik enorm mee geholpen, bijvoorbeeld geen Tetman-bloed, wel Ritske- en Aage-bloed. Inmiddels is er een vereniging opgericht om dit type paard te fokken en uit te brengen in de sport. Om alles in goede banen te kunnen leiden, zijn er strikte regels opgezet. Er mag niet zomaar lukraak gefokt worden. We streven naar een eindproduct met tussen de 10 en 15% Arabisch bloed, wellicht dat dit voldoende is. We hebben nu een vierspan met Arabo-Friezen lopen dat gerund wordt door het duo Gert Schrijvers (menner) en de nestor van deze sport Jef Aerts. Er loopt een hengst in mee met nog maar 37,5% Arabisch bloed. Ze komen uit op internationaal niveau en zijn al vier keer Belgisch kampioen geweest.'
Twee wegen naar Rome
Wat is de balans na vijftien jaar naast elkaar fokken in de richting van sportpaarden? 'Ik kies ervoor om met behulp van het uitzoeken en opsporen van oude prestatielijnen mijn fokkerij voort te zetten', zegt Jan. 'Het stamboek kijkt volgens mij teveel naar het plaatje, te weinig naar de prestatie. Voordat ik alles op pootjes heb staan, dat lukt niet tijdens mijn leven. Waar ik dertig jaar over doe, dat doet Cor in één generatie. Zulke dingen kunnen we nu mooi vergelijken omdat we beiden fokken. Ik met zuivere Friezen, Cor met zijn Arabo-Friezen. Hij gaat sneller.' Het gesprek gaat lekker door elkaar heen lopen. 'Voor mij hoeft het helemaal niet zo'n pure precieze Fries te zijn, geen kopie van een Fries. Wel moet het een paard met uitstraling zijn, mooi met een goed karakter, meewerkend en slim. Presteren, daar gaat het om. Of het Jan lukt, ik vraag het me af. Volgens mij heeft hij dan nog honderd jaar nodig', zegt Cor. Jan grijnst. Mooi moment om af te sluiten voor de discussie te heftig wordt ... Die Ollanders toch.
Artikel verschenen in tijdschrift Bit
Yk Dark Danilo, Succesvol proefkonijn
Vader: Yk 339 (Fries), VV Romke 235 (Fries), VVV Ritske (Fries)
Moeder: Shiva (AF), MV O. Marzas (OX), MM Rachel (AF), MMM Diana v.R. (Fries)
Ras: Arabo-Fries, Geslacht: Hengst, Stokmaat: 1.65 m., Leeftijd: 7 jaar
Kleur: Zwart, Fokker/Eigenaar: Cor Driessen
Yk Dark Danilo heeft door zijn afstamming veel stof doen opwaaien. Het Friesch Paardenstamboek is niet blij met de eerste goedgekeurde Arabo-Friese hengst, maar met zijn kracht en uithoudingsvermogen heeft de gitzwarte de belangstelling van veel vierspanrijders gewekt. Onbewust is hij verworden tot dé promotor van het Arbo-Friese paard.
Afstamming
Dat de Fries een koetspaard bij uitstek is zal niemand ontkennen. Dat ze het in de mensport heel aardig doen ook niet, maar veel menners liepen vast op het ontbreken van het laatste beetje kracht en uithoudingsvermogen dat voor de absolute top een vereiste is. Professor Hillner hoopte dit te verbeteren door het eenmalig inkruisen van het taaie Woestijn-Arabierenbloed (hetzelfde Noord-Afrikaanse bloed, dat het zuiver Fries paard tijdens de 80 jarige Spaanse bezetting grondig heeft getransformeerd tot wat het nu geworden is!) Bloedaansluiting dus. Toch gruwelde het Friesch Paardenstamboek aanvankelijk van dit initiatief. De fokkers Driessen en Krudop hebben het terugkruisingsprogramma afgewerkt met uitsluitend zorgvuldige geselecteerd zeldzaam oud fries prestatiebloed. Het eindresultaat zijn de huidige Arabofriezen met 25 of minder procent arabier.
Het einddoel lijkt bereikt nu het vierspan Arabo-Friezen van Gert Schrijvers en Jeff Aerts al enkele seizoenen in de wereldtop meedraait.
Nu de zwarte van een Friese hengst en een Arabo-Friese merrie begin dit jaar werd goedgekeurd voor het Anglo-Europese stamboek lijkt de erkenning een stap dichterbij. Driessen wil Yk alleen gebruiken voor Friese merries, om niet verder buiten het Friese ras te geraken. De producten in eerste lijn hebben de gewenste kracht en het uithoudingsvermogen. Dat de meeste kenmerken behouden blijven is reeds bewezen, want in de bijna 30 jaren, dat deze fokkerij reeds bestaat is er nog nooit een gefokt, die niet geschikt was voor topsport.
Hoofd
Gert Schrijvers is zeer te spreken over de hengst, die hem en zijn bijrijder Jeff Aerts beschikbaar is gesteld. De Vlaming is geen grote prater, maar vertelt met zichtbaar plezier over Yk. ,,Hij heeft een vriendelijk hoofd. In zijn ogen ligt een lieve blik, hij kijkt nooit kwaad. Zijn oortjes staan er altijd op, het is gewoon een vriendelijk paard." Alhoewel Yk geen groot hoofd heeft, had Gert het graag iets kleiner gezien. ,,Ik houd van fijnheid aan een paard. Maar Yk heeft een mooi hoofd. De uitstraling zegt mij meer dan puur het uiterlijk."
Karakter
Gert prijst Yk's brave karakter. ,,Hij is echt perfect. Luistert altijd, is braaf, werkwillig. Hij is hengst, maar daar heb ik nooit echt problemen mee. Ik heb een span met 6 Arabofriezen (allemaal driekwart Fries bloed); vier merries, een ruin en Yk. Hij kijkt nooit naar de merries, ik kan hem overal inspannen. Als hij werkt is hij daarmee bezig. Af en toe moet ik de mannen tot de orde roepen, maar niet omdat Yk vervelend is. De ruin kan jaloers zijn. Hij was kuddeleider, tot Yk kwam. In het span hapt hij soms naar Yk, die daarop reageert. Tot een knokpartij is het nooit gekomen, ze weten zich te gedragen. De paarden verschillen uiterlijk van elkaar, maar qua karakter zijn ze allemaal gelijk. Ze willen werken en maken nergens een probleem van. Orders worden opgevoerd. Yk heeft nooit aan mijn gezag getornd. Hij accepteerde mij direct als zijn meerdere en heeft nooit geprobeerd mij te overklassen. Dat toont zijn brave karakter."
Nek en hals
Yk's nek is soepel en buigzaam. Hij knikt gemakkelijk en loopt altijd op de loodlijn." Gert houdt de manen kort. ,,Van zichzelf heeft hij dezelfde lange manen als Friezen, maar ik vind het niet mooi en het is ook niet handig. Voor iedere proef vlechten we de paarden, lange manen zijn dan erg onhandig," Over zijn nek is hij erg te spreken. ,,Yk's nek is goed gespierd, er zit veel kracht in. Gelukkig heeft hij zijn hals niet te hoog erop staan, zoals sommige Friezen. Dat vind ik namelijk niet mooi. Bovendien beperkt een verheven hals de bewegingen in de lengte. Friezen zijn verheven, bewegen meer opwaarts dan voorwaarts. Zij verspillen energie in de opwaartse beweging. Yk's schouder staat ook schuiner, waardoor hij heel ruime gangen heeft. Ik wil de Fries absoluut niet afkraken, heb vroeger ook met Friezen gereden en vind het mooie paarden, maar Arabo-Friezen hebben echt een meerwaarde."
Rug
Yk heeft weinig schoft. Volgens Gert een erfenis van zijn vaders kant. Friezen hebben vaak een platte rug, zoals Yk ook heeft. Hij heeft van mijn span nog het meest schoft, de anderen zijn helemaal plat.
Toch ziet Gert ook invloeden van moeders kant. ,,De rondheid komt van de Arabieren. Ronde ruggen zijn sterker. Bij het Gelderse paard zie je nu ook dat ze ronder gaan fokken. Zijn rug is kort en stevig. Voor de sterkte is dit belangrijk, maar ook voor de wendbaarheid. Vooral in de marathon heb ik hier veel voordeel van.. In de dressuur geeft een lange rug een mooi gezicht, maar in de marathon merk je als een paard een lange rug heeft, die wenden minder gemakkelijk en snel door de hindernissen. Met zijn kracht en souplesse beweegt Yk zich vlug door het parcours. Ja, de rug is echt een verbetering voor het ras."
Benen
Yk's benen zijn aan de dikke kant, meent Gert. Zij zijn zwaar genoeg, ik zie ze liever nog iets dunner. Belangrijker is echter dat hij nooit beenproblemen heeft, al is hij iets week rond de kogel. Hij heeft kracht in zijn achterhand, dat begint al in bovenin bij zijn bilspieren. Alhoewel hij niet heel breed en rond is zijn de spieren stevig, waardoor hij heel goed vanuit de achterhand kan trekken. Zijn benen plaatst hij goed onder zijn lichaam. Normaal gesproken zitten ook aan de benen meer behang, maar dit heeft Gert afgeschoren. Wat dat betreft lijken ze op Friezen, de kleur en het behang is identiek. Ook de hoeven van Yk komen van vaders kant. Ze zijn breed en plat. Een erfenis van de Fries als landbouwpaard. Het zijn sterke hoeven, waarop ik verder weinig heb aan te merken. Als ik iets graag veranderd zou zien zijn het de benen. Die mogen nog slanker, harder en droger. Het blijft echter afwachten. Ieder fokproduct is weer anders. De merries uit mijn span hebben al fijner beenwerk. De een loopt meer verheven dan de ander. Yk kan zowel goed opwaarts als voorwaarts, hij kan allebei als het moet. Het is gewoon een heel goed paard."
Yk maakt sinds drie jaar deel uit van het span Schrijver/Aerts. De hengst moest alles nog leren, was niet eens zadelmak. Met veel geduld leerde hij stapsgewijs de klappen van de zweep. Toch ging het snel, na drie weken liep hij goed onder de man. ,,Hij is er een paar keer vandoor gegaan, maar spectaculair werd het nooit", zegt Gert. ,,Hengsten zijn vaak het rustigst, als je ze de tijd maar geeft." Ook in het enkelspan deden zich geen problemen voor. ,,In twee weken had hij het onder de knie. Het vierspan volgde direct", weet Gert nog.
Jeff: ,,Het is een hele koele. Dat heeft met zijn zachte karakter te maken." Het eerste seizoen verliep perfect.
Gert: ,,Hij was de eerste wedstrijd in Leden al goed. Dat jaar reden we ook in Aken. Yk liep daar drie geweldige parcoursen. Het eerste seizoen kon niet beter."
Aken, het mecca van de ruitersport en dus ook voor de menners. Gert en Jeff verwachten veel van hun span nu Yk de gelederen versterkt. Het publiek ziet Yk direct staan. De gitzwarte steelt de show al tijdens de veterinaire keuring.
De eerste proef is de Kür op muziek. Geen probleem, het span is goed aan de harde muziek gewend. De eerste keer dat Gert en Jeff een geluidsbox de wei in sleepten keken ze vreemd op. Toen de muziek aanging was er even paniek. Maar nu zijn ze er helemaal aan gewend. Ze weten wat wanneer komt en lopen netjes aan de leidsels. Met een negende plaats in de openingsproef is het team zeer tevreden.
Na een rustperiode in de wei leek het tweede seizoen net zo te gaan verlopen als het eerste, maar er kwam een kink in de kabel. Yk liep minder gemakkelijk in de marathons, leek minder kracht en conditie te hebben. Jeff: ,,Eerst kijk je het rustig aan, hij kan zijn dag niet hebben. Maar toen na een paar weken geen verandering optrad riepen we de dierenarts erbij. Zijn conditie was minder, er moest iets zijn. Bloedproeven wezen uit dat hij leverproblemen had. Waarschijnlijk is er een overbelasting in voer geweest. Met de medicijnen die Yk kreeg was hij binnen een paar maanden weer helemaal de oude. Hij liep zoals vanouds. Het seizoen was geenszins verloren, we zijn bij de wereld-top-tien geëindigd."
De volgende dagen rijdt het span ook de extra wedstrijden, die buiten de uiteindelijke uitslag vallen. De organisatie verwacht dat de menners meedoen en Gert en Jeff nemen er erg graag deel aan. Conditioneel kan het span het prima aan, waarom zouden ze het laten schieten? Zaterdag is de marathon, hét onderdeel voor het span. Tot aan de vijfde hindernis gaat het prima, maar dan mist Gert een poort en moet hij met een volte om de hindernis draaien. Hij is kwaad op zichzelf, de paarden voelen dat er iets mis is. Gert zet het van zich af en het span gaat verder. Het parcours stijgt van hindernis drie tot en met zeven en hier pakt het zestal de winst. Vooral op hindernis zeven tonen de paarden hun kracht en conditie door de beste tijd uit het hele veld te klokken. Gert en Jeff zijn er blij mee, hier tonen de paarden dat ze toch net iets meer inhoud hebben dat de andere. Door de misser eindigen ze als achtste. Teleurstelling is er wel, maar ook trots dat ze zich in het veld zo goed staande weten te houden.
Afgelopen januari keurde het Anglo-Europees stamboek Yk goed als dekhengst. Ter voorbereiding werd hij uitbesteed. Gert en Jeff moesten hem een paar maanden missen. In die 10 weken training bereikte hij nog tussendoor eventjes het Z-Dressuurniveau met winstpunten. Maar na terugkomst liep hij net zo fris als voor vertrek. Beide zien het komende buitenseizoen vol vertrouwen tegemoet. ,,Yk mag nog iets meer hebben in de dressuur, hij wil nog wel eens terugkomen. Hij weet dat ik niets meer kan doen als we in de ring zitten. Hij wil er nog wel eens van profiteren. Toch luistert hij goed, hij wist direct dat hij in het span zijn fatsoen moet houden. Hij accepteert ons gezag, daar heeft hij nooit moeilijk over gedaan", zegt Gert. ,,Hij loopt goed in de dressuur, maar iets extra's zou welkom zijn. Hij is nog jong, juist in de dressuur is de ervaring belangrijk. Die ervaring komt met de jaren. We gaan rustig te werk. Niet te veel wedstrijden rijden. Je kunt een paard ook helemaal kapot rijden. Op goede paarden moet je zuinig zijn." ,,Yk is een koele kikker. Dat zijn wij ook", meent Jeff. Gert, lachend: ,,Hij heeft zich daar toch maar mooi aan aangepast."
Op zondag is de afsluitende kegelproef. Jeff weet dat er veel vanaf hangt, hier kan zoveel veranderen in de einduitslag. Het span went en draait naar behoren. Een kegeltje komt naar beneden en ze lopen een tijdsfout op. Eén balletje is goed, er zijn er maar weinig die foutloos blijven. Het valt ze een beetje tegen, het liefst blijven ze altijd foutloos, maar het feit dat ze lang de enige niet zijn met een balletje maakt veel goed. De einduitslag laat een achtste plek zien, iets waar ze heel blij mee zijn. Tevredener zijn ze echter over Yk's optreden. Niet veel jonge paarden kunnen het mentaal aan zo'n zware wedstrijd te lopen, maar voor Yk was het als ieder ander concours. Hij is nog fris. De rust in de wei na afloop hoeft voor hem niet zo. Hij wil gewoon weer aan het werk. Het publiek heeft ondertussen een nieuw talent gezien. Een, die als het goed gaat, nog vaak terug zal komen in Aken. En dat vooruitzicht stemt iedereen vrolijk.