In de jaren 50 - 100 nam Nero Friese paarden mee naar Rome. In de eeuwen daarna brengen velen verslag uit over Friese paarden die gebruikt werden bij grote gevechten in Europa.
Karel de Grote, Willem de Veroveraar en tal van nobele Europese families gebruikten de Friezen voor hun parades en hun gevechten, maar ook voor hun kasteelspelen.

RIDDERPAARD MET ARABISCH BLOED
Dit sterke, edele en originele Friese paard, dat geschikt was om lange afstanden te lopen met ruiters en zware wapenrustingen op zijn rug, werd later getransformeerd door de introductie van Arabisch bloed tijdens de 80-jarige bezetting door de Spanjaarden. Het resultaat was een lichter en edeler paard met betere eigenschappen qua souplesse, snelheid en uithoudingsvermogen, dat beter afgestemd was op de modernere legertechnieken.
Deze Friezen werden paarden voor de legerleiding omdat ze duidelijk herkenbaar zijn aan kleur (zwart of wit), lange manen en staart, hoge knieactie, opvallende houding en  snelheid. De soldaten konden hun leider zo herkennen aan zijn paard!

Kort daarna blonken de Friezen zelfs uit in de kunst van dressuurhogeschool, die werd uitgeoefend aan elk achtbaar Koninklijk Hof. De Friezen waren lichter en wendbaarder dan andere barokke rassen zoals de Neapolitaanse, Deense en Andalusische paarden in die tijd. Friese hengsten werden geëxporteerd naar adellijke Hoven in heel Europa om de kwaliteiten van de lokale paardenrassen te verbeteren voor zadel- en dressuursport!

HARDDRAVER
In de volgende periode groeiden de Friezen uit tot de beste dravers ter wereld. De Friezen werden zelfs ook geëxporteerd om andere draverrassen te verbeteren, zoals Orloff, Norfolk en Morgans. Dit was de eerste keer in de geschiedenis dat Friese paarden zich "wereldwijd" verspreidden. De laatste jaren worden Friezen opnieuw gebruikt als dravers, maar zelfs de besten van tegenwoordig zijn nog 11 seconden trager dan de tijden die de Friese dravers eind 20e eeuw lieten optekenen. Dit toont duidelijk aan hoe de sportkwaliteiten van het Friese paard erop achteruit gegaan zijn over de laatste 150 jaren.

De belangrijkste reden voor deze achteruitgang is het feit dat de Friese paarden in de periode van 1910 tot 1960 getransformeerd werden tot een veel zwaarder werkpaard met korte benen, voor landbouwgebruik. Dit was noodzakelijk om economische redenen en om te overleven.

Recent, rond de 70er jaren is gestart met de "modernisering" door systematische selectie in de richting van een langbeniger en eleganter Fries paard.
De sportievere "verpakking" van de buitenkant is echter misleidend, aangezien de binnenkant nog steeds op tal van manieren een landbouwpaard is. Zo zijn hart en longen veel kleiner van capaciteit en is de spiervezelstructuur te kort voor duurprestatie.
Toch zijn een aantal bloedlijnen in zekere mate tot hogere prestaties in staat. In sommigen hebben we redelijke eigenschappen qua uithoudingsvermogen teruggevonden.

Dit zijn de Friese genen die we hebben gebruikt in ons programma richting sportpaarden-fokkerij. En om bloedaansluiting te krijgen werd nu dus ook gekozen om hetzelfde pure prestatiebloed van voorheen weer druppelsgewijs in het Friese ras terug te brengen: Woestijarabierbloed, dat vroeger via N.Afrika en Spanje tot in onze contreien en in het friese paardenras doorgedrongen is.